Skip to content

Het verhaal van de graankorrel

Nadat twee jonge vrienden, het Bijbelverhaal over de graankorrel, op school hadden gehoord - dat deze eerst in de grond gestopt moest worden om later vrucht te kunnen dragen (Johannes 12) - besloten ze meteen na schooltijd om een euromunt in de tuin te begraven.
Je weet immers maar nooit, wie weet zou ook dát snel meer worden. Jammer.
Jammer om te zien hoe snel jonge kinderen leren van grote mensen, wat dat betreft. Want wie snel en eenvoudig rijk wil worden, die heeft niet veel aan het geloof in God.
In de Bijbel betekent vruchtdragen immers niet dat je daar zélf meteen béter van wordt, maar dat je de groei van het Gods rijk helpt te bevorderen.

Meer daarover zondagmorgen 18 maart a.s. in de Sionskerk. De 5e zondag van de 40 dagen, de voorbereidingstijd voor Pasen. Welkom!
Voor de liturgie, volg deze link.

Alles is politiek, maar politiek is ook niet alles.

Zou Jezus zich meer in het linkse of in het rechtse kamp van de politiek thuis voelen? Waar zou Hij 21 maart op stemmen?
Wie de boodschap van de Bijbel serieus neemt, dat wil zeggen, opkomt voor het milieu, zich om Gods goede schepping bekommert, opkomt voor de zwakkeren in de samenleving, voor de chronisch zieken en voor de kansarmen, die wordt al gauw voor links versleten.
Terwijl, wie diezelfde Bijbelse barmhartigheid vertaalt in de bescherming van het ongeboren kind, opkomt voor het gezin en voor een duurzame liefdesrelatie, die wordt door sommigen als rechts gezien. Links zou dan staan voor progressief, het wordt gelinkt aan maatschappelijke vooruitgang en aan verandering. Terwijl rechts dan zou staan voor conservatief, voor behoudend en voor het opkomen voor de eigen belangen. Maar is dat terecht?

Daarover gaat het in de politiek.
Een woord dat is afgeleid van het Griekse ‘politikos’, dat is ‘wat de burger betreft’. Het is ook verwant aan het woord ‘polis’, de Griekse stadsstaat in de oudheid. Politiek gaat dus over de welbewuste vormgeving, door de burgers, van de samenleving. Christelijke politiek laat zich daarbij, als het goed is, leiden door de boodschap van de Bijbel, zoals die vorm gekregen heeft in het leven van Jezus. Maar ja, wij leven inmiddels wel 2000 jaar later. De vragen van toen zijn niet meer de onze en andersom, niet altijd zijn de antwoorden van toen één op één toepasbaar bij de problemen waar wij nu mee kampen. Maar duidelijk is voor mij wel, dat iedere zichzelf respecterende geloofsgemeenschap, zich met de politiek moet blijven bemoeien.
Wanneer bv. de kansarmen niet meer worden opgemerkt, de zwakkeren niet meer worden gehoord en hulpbehoevenden vergeten worden.
Wanneer het milieu wordt bedreigd en de solidariteit tussen rijk en arm wordt verstoord. Of wanneer de vereenzaming hand over hand toeneemt, onder ouderen én jongeren.
Dan zal de kerk ook nu van zich moeten laten horen. Zoals de profeten dat destijds deden in de geschiedenis van Israël en zoals Jezus dat dus deed in zijn tijd.

Wat dus niet wil zeggen dat de kerk per definitie links is of rechts. De kerk is eerder dwars, omdat zij weet heeft van een ander rijk, een andere samenleving, zoals die God voor ogen staat.
Dat is het andere verhaal, het verhaal van Gód met mensen. En juist dat andere verhaal is de belangrijkste reden van ons bestaan.

Daarom, alles is politiek, maar politiek is wat ons betreft niet alles.
Een kerk die volledig opgaat in de politiek, daar te nauw bij betrokken is, die gaat erin ten onder. Of die wordt zelf een onderdeel van de macht. Maar aan de andere kant, wanneer de politiek geen boodschap meer heeft aan Gods verhaal, dat doet zij niet alleen zichzelf tekort, maar ook haar burgers.
De bekende Zuid-Afrikaanse predikant en strijder tegen de apartheid, Alan Boesak, zei het ooit nog scherper: ‘Een regering die de kerk aan het kruis nagelt, die zal zelf omvergeworpen worden door de opstanding’.

Ik ga dus stemmen op 21 maart, u ook?
Stemmen voor een barmhartige rechtvaardige samenleving, waarin een ieder tot zijn recht mag komen, klein of groot, kansrijk of kansarm, zwak of sterk, ziek of gezond. Hier geboren of van elders hier naar toe gekomen. Opdat er ook onder ons iets van Gods toekomst zichtbaar wordt.

(Geplaatst in het Skoatter Doarpsnijs van maart 2019)

Filmhuis Oudeschoot presenteert 'Dancer in the dark'

Op vrijdag 16 maart organiseert het filmhuis Oudeschoot weer een filmavond in een van de zalen van De Sionskerk, Marktweg 55 in Oudeschoot.
Deze keer met de indrukwekkende film ‘Dancer in the dark'.
Selma, een Tsjechische emigrante, woont met haar zoon Gene op het platteland van Amerika. Ze werkt in een fabriek. Selma’s passie is muziek. Langzamerhand verliest Selma haar gezichtsvermogen. Ook Gene heeft dezelfde klachten. Selma gaat extra werken om genoeg geld voor een operatie voor Gene bij elkaar te krijgen. Dan wordt haar spaargeld gestolen wat leidt tot een tragisch hoogtepunt!
Een film die je nog lang bij blijft.

Het 1e kopje koffie/thee en de entree zijn gratis.
Om 19.45 uur staat de koffie/thee klaar.
Welkom!

Een nieuw getij begint

Winter
De zon staat laag
Als die al schijnt tenminste

En bij het minste of geringste
Verstart wat eerder twinkelde
Het leven wordt vertraagd

Lente
Natuur fleurt op
De knoppen staan op springen
Tijd om te hopen en te zingen
Verlicht wat schuil ging in de stilte
Ontluikt wat was verstopt

Zomer
De dag verlengt
De vogels lijken vrijer
De mensen schijnen zichtbaar blijer
De beesten feesten in de weide
En regen die de grond doordrenkt

Herfst
De tijd die krimpt
De schaduwen worden langer
De zomerzon kent geen vervanger
Gelukkig maar dat ieder jaar
Weer met een nieuw getij begint

Wie de regenboog wil zien, die moet de regen erbij nemen

Deze uitspraak staat bij ons thuis op een tegeltje dat ik onlangs heb opgehangen. Dat is mooi gezegd en heel herkenbaar.
Dat is de taal van Gods belofte.
Symbooltaal van de bovenste plank, waar de Bijbel vol mee staat.
Dat is ook precies wat het verbond van God met mensen inhoudt.
Hij kán of wíl, dat laat ik nu maar even in het midden, Hij kán de dreiging die uitgaat van het water niet op voorhand wegnemen. Maar doordat Hij met Zijn licht, met Zijn betrokkenheid en trouw erop blijft schijnen, krijgt het leven wel opnieuw kleur.

Wij lezen zondagmorgen in de Sionskerk, aan het begin van de 40 dagentijd voor Pasen, een gedeelte uit het bekende zondvloed verhaal (Genesis 9, 8-17) naast een aantal regels uit het Marcusevangelie.
Voor wat er verder gebeurt in deze dienst, volg deze link.

Bijna goddelijk

De volgende anekdote speelde zich af, kort voor een trouwdienst, in het voorportaal van de kerk.
De dominee stond, samen met het bruidspaar, te wachten tot ze naar binnen mochten.
Om de tijd te doden of om de spanning te breken, zei hij tegen de bruid: “Wat zie je er prachtig uit”. Waarop de bruidegom uitriep: “Prachtig? Ze lijkt wel God zélf.” “Nou, dan wens ik je veel sterkte”, was de verbouwereerde reactie van de voorganger. Of het bruidspaar lang en gelukkig getrouwd is, dat vertelt het verhaal niet.
Maar hij zal er nog wel achter zijn gekomen, dat ook zijn vrouw een doodgewoon mensenkind is.

In het eeuwenoude Joodse liedboek, waaruit ook in de kerk nog gezongen wordt, de Psalmen genaamd, om precies te zijn in Psalm 8 lees ik: ‘Heer, onze Heer, hoe machtig is Uw naam op heel deze aarde. Wat is (daarbij vergeleken) de mens dat U aan hem denkt, het mensenkind dat U naar hem omziet. Toch hebt U hem bijna een god gemaakt’. Weet de dichter van deze Psalm, die David wordt genoemd, dan niet waarover hij het heeft?
Bijna goddelijk? Hoezo?

“Mijn vrouw is een engel”, aldus Sam in één van de bekende Joodse grappen van Max Tailleur. Waarop zijn eeuwige tegenspeler Moos antwoordt: “Gelukkig leeft de mijne nog”. Dat bedoel ik maar, je moet niet overdrijven. Bijna goddelijk, maar hoe goddelijk is dat? En wat is bijna? Zo goed als of bij lange na niet?

Ovidius, een Romeinse dichter, vertelt een verhaal over Icarus, die op het eiland Kreta gevangen zit.
Om te kunnen vluchten maakt zijn vader vleugels voor hem, gemaakt van was en van veren. Zodat hij het eiland vliegend zal kunnen verlaten. “Maar”, zo geeft hij hem als waarschuwing mee: “Vlieg niet te laag, zodat je vleugels door het water te zwaar worden en vlieg niet te hoog, zodat de was door de zon zal gaan smelten”.
Maar Icarus geniet zo van zijn vrijheid, waardoor hij steeds hoger en hoger gaat, met als gevolg, dat zijn vleugels inderdaad smelten en hij neerstort in de zee.
Moraal van het verhaal: waar het een mens in de bol geslagen is, waar een mens in zijn eigen overmoed meent als God te zijn, overschrijdt hij de grenzen van zijn broze bestaan en gaat hij aan zijn eigen hoogmoed te gronde.

Bijna goddelijk ja, maar dat is wat anders dan als God zijn. Daar ligt meteen de uitdaging én de grens van onze eigen menselijke mogelijkheden. Het is ons inderdaad gegeven, te heersen over het bestaan. Om de aarde te onderwerpen, in cultuur te brengen naar eigen believen. Om de grenzen van het heelal te verkennen, met het leven te experimenten, al het mogelijke te onderzoeken. Je kunt die opdracht niet ruim genoeg opvatten.
Maar zodra wij ons daarbij als Godzelf gaan gedragen, dan gaan wij te ver.

Bijna goddelijk? Jawel, dat is wat de Bijbel zegt. Zo hoog worden wij door de Schepper aangeslagen.
Om te heersen over alles wat ons is toevertrouwd. Dat is feitelijk alles wat onze ogen zien en wat onze handen aanraken. Hij vertrouwt er blijkbaar op, dat de wereld bij ons in goede handen is.
Laten wij daar niet te gering over denken en dus ook nooit te gering denken over onszelf.

(Geplaatst in het Skoatter Doarpsnijs van januari 2018)

Goede woorden doen

Er was eens een Indiaan die zijn kinderen vertelde over de strijd tussen twee wolven: ‘Overal waar je gaat, gaan er steeds twee wolven met jou mee. De ene wolf symboliseert angst, wantrouwen en negatief zijn over jezelf. De ander staat voor de liefde, vertrouwen en een positieve levensinstelling.
Overal waar je bent, zullen ze je proberen af te leiden door het gevecht met elkaar aan te gaan’.
‘Maar welke van de twee zal er dan winnen?’ wilden de kinderen weten.
Dat is de wolf die jij het meeste voedt, antwoordde de Indiaan.
Welke van de twee wolven willen wij dat er gaan winnen?

Wij lezen op zondag 28 januari verder in het Marcus-evangelie.
‘Wat heb jij met óns te maken, Jezus van Nazareth? Ben je soms gekomen om ons te verdelgen?', zo staat er in de vorige vertaling. In de nieuwe Bijbelvertaling staat: 'Wat hebben wij met jóu te maken?'. Het blijkt dus allebei te kunnen.
Hoe de intenties van een bevrijder een bedreiging kunnen vormen voor wie niet bevrijd wil worden.

Volg deze link voor de verdere volgorde in de dienst.

Zondag 21 januari 2018 - vissers van mensen


VOOR DE DIENST

(!) Vooraf aan de dienst – filmpje kerkbalans

Voorzang: Lied 531:1, 2 en 3 (Jezus, die langs het water liep)
Mededelingen van de kerkenraad


VOORBEREIDING

Intochtslied (we gaan hierbij staan): Psalm 66:1 (Breek aarde uit in jubelzangen)

Moment van stilte en inkeer
Bemoediging en groet – drempelgebed
Zingen: Psalm 66:6 (hierna gaan we weer zitten)

Inleidende woorden en zingen: Lied 216:1 (Dit is een morgen als ooit de eerste)
Kyriëgebed en glorialied: Lied 216:2 en 3

DIENST VAN HET WOORD

Gesprekje met de kinderen en zingen: Evang. liedb. 440:1, 2 en 3 (Hoor, de vogels zingen weer)
- waarna de kinderen naar de kindernevendienst gaan -

Gebed om de Geest

1e bijbellezing: 1 Samuël 3:1-10
Zingen: Lied 837:1 en 3 (Iedereen zoekt U, jong of oud)

2e bijbellezing: Marcus 1:14-20
Zingen: Lied 317:1, 2 en 3 (Grote God, Gij hebt het zwijgen)

Verkondiging
Orgelspel

Zingen: Lied 840:1, 2 en 3 (Lieve Heer, Gij zegt kom ik kom)
- onder het naspel komen de kinderen van de nevendienst en de tieners van Join Us terug -

DIENST VAN DE DANKBAARHEID

Dankgebed en voorbeden
Inzameling van de gaven voor: diaconie (1), kerk (2) en onderhoud gebouwen (uitgang)

(!) Aan het begin van de collecte nog 1x het filmpje ‘Kerkbalans’
Daarna speelt het orgel

Slotlied: Evang. liedb. 382:1 en 3 (Heer, uw licht en uw liefde schijnen)

WEGZENDING EN ZEGEN

* Amen, amen, amen


- Na de dienst is er koffiedrinken -

Er valt wat te beleven tussen votum en zegen

Zangdienst zondagavond 21 januari 2018 in Trinitas om 19.00 uur
Thema: Er valt wat te beleven tussen Votum en Zegen
________________________________________________________

- Zingen vanaf om 18.45 uur:

Joh. de Heer Lied 210: 1, 2 en 3
Joh. de Heer Lied 33: 1, 2 en 3

Joh. De Heer Lied 446: 1, 2 en 5
Joh. De Heer Lied 287: 1, 2 en 4

- Orgelspel
- Woorden van welkom
- Votum en groet

- Zingen: LB 280: 1, 3 en 5

- Gebed

- Zingen: LB 162: 1, 2, 3, 4, 5 en 6 (In wisselzang: allen, v, m, v, m, allen)

- 1e Bijbellezing Exodus 34: 4 – 10 – gevolgd door een korte uitleg

- Luisteren ( en zingen): Tien Woorden Rap 10 woorden rap

- 2e Bijbellezing Mattëus 28: 16 – 20 - gevolgd door een korte uitleg

- Zingen: Evang. Liedbundel 382: 1, 2 en 3

- Orgelintermezzo

- Zingen: LB 362: 1 en 2

- Gebed

- Zingen: LB 320: 1, 2, 3, 4 en 5

- Collecte

- Zingen: LB 981: 1, 2, 3,, 4 en 5

- Zegen

(Na de zegen)

Zingen: LB 363 (Dat ’s Heren zegen op u daal)
En daarna Frysk (Mei God syn seine oer jim jaan)

Heil en Zegen

Dat wensten wij elkaar aan het begin van het nieuwe jaar misschien wel toe.
Folle lok en seine, zo klinken diezelfde woorden in het Fries.
Anderen hielden het misschien bij ‘een gelukkig Nieuwjaar’ of ‘de beste wensen’ of zoiets.

Want je kunt niets zeker weten, want alles gaat voorbij.
Maar ik geloof, ik geloof, ik geloof, ik geloof, ik geloof in jou en mij.

Zo klonk kort daarvoor op de radio. Een nog altijd even indrukwekkend lied van Boudewijn de Groot. Dit jaar weliswaar gezakt van de 3e naar de 9e plek in Top 2000.
Een feest van herkenning, vijf dagen lang op Radio 2, tussen Kerst en Oud en Nieuw.
‘Maar het verleden geeft geen zekerheid’, zo voegt hij er in het tweede couplet aan toe.

Het Nederlandse woord zegenen komt van het Latijnse ‘signare’, dat is van een teken voorzien. Signeren zeggen wij, dat is ergens je handtekening onder zetten.
Heil en zegen is daarom inderdaad het beste dat wij elkaar toe kunnen wensen.
Omdat zegen in de Bijbel altijd met God te maken heeft.
Wat betekent dat de Eeuwige zelf Zijn handtekening onder jouw leven heeft gezet.
Zoals een ouderling van dienst aan het begin en einde van de eredienst door middel van een handdruk zich verantwoordelijk verklaart voor alles wat er vervolgens valt te beleven tussen ‘Votum en Zegen’ in de dienst.
Een goede voorganger is zich daar terdege van bewust.

Eén van de bekendste voorbeelden in de Bijbel van een gezegend mens is natuurlijk Abraham.
Een man die gezegend werd om zelf tot zegen te kunnen zijn voor anderen.
Het eerste is een voorwaarde voor het tweede, maar ook omgekeerd.
Wie zich niet verantwoordelijk voelt, wie zich niet in wil zetten, niet tot zegen wil zijn voor zijn of haar omgeving, die kan en zal Gods zegen snel vergeten.

‘Moge de Heer, dat is de altijd Aanwezige, moge Hij die er is u zegenen en u beschermen’. Zo staat het er in Numeri 6, vers 24. Dat is geen vrome wens, hopen op zomaar een gelukzalig gevoel. Maar een welbewust gekozen, gelovig uitgangspunt.
‘Moge de Heer het licht van zijn gelaat over u doen schijnen en u genadig zijn, moge de Heer u zijn gelaat toewenden en u vrede geven’. Aldus, voor de volledigheid, het hele Bijbelvers.
Dat wensen wij elkaar en ook onszelf, aan het begin van het nieuwe jaar, van harte toe.

Ja, maak het maar persoonlijk, dat hoop ik ook te doen.
Na een jaar, dat in velerlei opzicht niet altijd even gemakkelijk is geweest, voor mij ook niet.
Maar ik geloof, ik geloof, ik geloof, ik geloof, ik geloof… - en Hij in mij!
Elkaar in Góds naam zegenen, dat is elkaar het beste toewensen, dat is een beroep doen op Gods aanwezigheid, die in jou is. Met minder hoeven wij het waarachtig niet te doen.

(Meditatie in De Kern van 19 januari 2018)

Gestolde vrijheid

Loskomen van jezelf

Gestolde vrijheid
Eenmaal bedacht
Mens zijn is mens wórden
Met terugwerkende kracht

Zonder last van het verleden
Of van een toekomst ongewis
Daarmee gaat teveel verloren
Van wat nú voorhanden is

Vrijheid is niets moeten
Maar is mogen
Vol verwond’ring, gaandeweg

Ied’re dag opnieuw ontdekkend
Dat Gods wil geen wet is
maar een weg

Voor wie alleen

Voor wie alleen op deze wereld is
Voor wie moet leven met gemis
Voor wie van niets meer zeker is
Bid ik…

Op hoop van Zegen

Voor wie gekweld wordt door verdriet
Voor wie de vreugde niet meer ziet
Voor wie de hoop geen uitkomst biedt
Bid ik…

Om nieuwe wegen

Voor wie zichzelf met spijt bezeert
Voor wie door wroeging wordt verteerd
Voor wie geloof heeft afgeleerd
Bid ik…

Om nieuwe hoop daartegen

Voor wie angstvallig is en bang
Voor wie bezorgd is levenslang
Voor wie aan ‘t einde van de gang
Bid ik…

Dat het opnieuw licht mag wezen



Wie God is

Wie God ís weet ik niet
Het enige dat ik van Hem hoor
Dat is zijn zwijgen
Mijn vragen waar ik misschien wel nooit
Een antwoord op zal krijgen

Wie God ís weet ik niet
Dat is voor mij te groot
Te hoog voor mij om te beseffen
Ik kan alleen te midden van de dood
Een lied proberen aan te heffen

Wie God ís weet ik niet
Dat laat zich niet bewijzen
Wel word ik iets van Hem gewaar
Kan Hem daarom alleen maar prijzen

Wie God ís weet ik niet
Dat is en blijft voor mij een wonder
Maar doordat ik Hem zo nu en dan ervaar
Weet ik - ik kan niet zonder


Zoals een vlieger

Zoals een vlieger stijgt
Alleen bij tegenwind
Zoals een ouder zwijgt
Tegen een dreinend kind

Zoals een bidder krijgt
Wie zoekt die vindt
Zoals religie overstijgt
Wat door ons wordt bemind

Geen godsdienst is gelijk
Maar hierin denk ik wel
‘t Gaat om een ander rijk
Dan om dat van onszelf

Geen zelfzucht en geen strijd
Is van geloven het subject
Maar ‘t is Gods liefde die bevrijdt
Van Jezus tot aan Mohammed

Hoe dwaas daarom in deze tijd
Hoe laf en vol van disrespect
Zijn zij waardoor een ander lijdt
Hoe goddeloos is hun gebed

Dat kind van jou

Je zou het vast willen houden
Ingebakerd
Geborgen in jouw hand
Je zou het willen bewaren
Dat kind van jou
Voor ied’re tegenstand

Maar loslaten dat móet je
Dat wéét je en dat kán je ook
Dankzij de liefde ben je toch
Voor altijd elkaars bondgenoot

Je zou veel dingen tegen willen houden
Ziekte, zorgen, tegenspoed of smart
Je zou het geluk zélf willen bepalen
Dat kind van jou
Voor altijd in jouw hart

Maar kind’ren die héb je niet die krijg je
En worden je slechts even toevertrouwd
Wat jij ze leert of hen hebt meegegeven
Daar wordt hun toekomst op gebouwd

Je zou hun leven zin en inhoud willen geven
Hoop, geloof en liefde om te doen
Je zou hen op iets hogers willen wijzen
Dat kind van jou
Omdat geen mens kan leven zonder visioen

Maar niet om ons zijn zij geboren
Van Hogerhand geroepen en bedacht
Loslaten is daar op hopen en vertrouwen
Gelukkig als je dát gelooft en dát verwacht