Skip to content

Er valt wat te beleven tussen votum en zegen (2)

De Schriften blijven gesloten, wanneer we niet aangeraakt worden door de Geest’, schreef collega Bloemendaal in zijn bijdrage voor deze rubriek in de vorige Kern.
Daarom bidden wij steevast aan het begin van de Dienst van het Woord om de verlichting van de Heilige Geest, voordat de Bijbel opengaat.
Voor menige kerkganger is dat de belangrijkste reden om naar de kerk te gaan op zondag.
Een voorganger werd vaak een dienaar des Woords genoemd. Dat gebeurt nog wel trouwens. Verbi Divini Minister (VDM) in het Latijn. Vooral na de Reformatie werd hier alle nadruk op gelegd, op de uitleg van het Woord. Daar was (of is?) de studie theologie vooral op gericht.

Soms wordt dit onderdeel van de eredienst vooraf gegaan door een groet, zoals: ‘De HEER zal bij u zijn’, door de voorganger, waarop de gemeente antwoordt met: ‘De HEER zal u bewaren’. Da’s mooi, om elkaar als voorganger en gemeente op die manier te begroeten.
Om in alle openheid samen te luisteren naar Gods stem, met de gemeenschappelijke intentie om daar ook samen antwoord op te geven.
Wat de doorgaande (evangelie) lezing betreft volgen wij in onze kring in de regel het zg. oecumenisch leesrooster. Ook de kindernevendienst methode ‘Kind op Zondag’ sluit zich hier doorgaans bij aan. Voor een eventuele tweede Bijbellezing, bv. uit het 1e Testament of uit één van de brieven maakt de voorganger in ons geval meestal zijn eigen keuzes.

Het daadwerkelijke lezen van de Schrift of het vóórlezen, dat is beter, omdat de Bijbel in wezen geen lees- maar een vóórleesboek is. Oude verhalen moeten tot klinken komen.
Wie leest, leze dus goed. Dat vraagt om een gedegen voorbereiding. Bij ons gebeurt dat door een zogenaamde lector. Zoals dat eerder ook al in Joodse eredienst gebeurde.
Zelf probeer ik bij de keuze van de lezingen zo veel mogelijk Schrift met Schrift te vergelijken. Een beproefde methode om de Bijbel uit te leggen. Immers zonder het 1e Testament (ook wel Oude Testament genoemd, om het onderscheid aan te geven met het Nieuwe), maar zonder dat komt het 2e Testament in de lucht te hangen. En zonder het 2e Testament (of Nieuwe dus) gaan wij voorbij aan het verhaal van de Levende, aan wie wij ons bestaan te danken hebben als Kerk.
Een (in) spannende bezigheid. Vooral de uitleg die op de lezingen volgt. De preek of de overdenking of de verkondiging, zoals ik het meestal noem. Omdat het naar mijn idee vooral gaat om het verkondigen van het goede nieuws en het appèl dat daarvan uit mag gaan.
Of dat bij ons altijd wel het geval is?

“Wat is volgens jullie nou een goede preek?”, vroeg de dominee eens aan zijn catechisanten.
‘Een korte’ antwoordde de één lachend, ‘die iedereen begrijpt’ vulde een ander aan.
‘Het moet vooral over de Bijbel gaan’ volgens een derde, ‘nee vooral over het leven nu’ verbeterde de volgende hem. ‘In een preek moet iets nieuws zitten, iets wat ik nog niet wist’ aldus de slimste van het stel, waarop een ander meende, dat ‘een preek vooral over Jezus moest gaan’.
Toen iedereen het zaaltje verlaten had en de vermoeide predikant een beetje verslagen achter liet, klopte er nog meisje bij hem aan en zei: “Ik heb zo pas niks gezegd dominee, maar ik wil nog even zeggen dat u zondag een mooie preek had”. “O, wat vond je er dan zo mooi aan?”.
“Nou het sprak mij gewoon erg aan. Het was net of het over mijzelf ging. Toen u de Bijbel uitlegde, was het net of ik God tegen mij hoorde praten.
En eh… daar gaat het toch uiteindelijk om, hè dominee?”

Pastor Bouke van Brug


(Dit is mijn 2e artikel in een serie van vier met bovengenoemde titel)